ECLI:NL:RBDHA:2022:14958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand stookkosten wegens te late indiening zonder bijzondere omstandigheden
Eiseres vroeg bijzondere bijstand aan voor stookkosten, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat deze meer dan drie maanden na de factuurdatum van Vestia was ingediend. Verweerder hanteert een buitenwettelijk begunstigend beleid dat aanvragen binnen drie maanden na factuurdatum moeten worden ingediend. Eiseres stelde dat de aanvraag slechts drie dagen te laat was en dat het begrip 'opkomen' onduidelijk is, en dat de menselijke maat toegepast had moeten worden.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak geen recht op bijstand bestaat voor kosten die zijn opgekomen vóór de aanvraagdatum, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Eiseres kon niet aannemelijk maken dat bijzondere omstandigheden bestonden; haar late aanvraag was te wijten aan onwetendheid, wat niet als bijzonder wordt beschouwd. Bovendien had zij een inkomensregisseur die haar hierover had kunnen informeren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het beleid consistent had toegepast en dat de geringe overschrijding van drie dagen geen reden gaf tot afwijking. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wegens te late aanvraag wordt ongegrond verklaard.