ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen indicatie persoonlijke verzorging wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante, lijdend aan chronisch vermoeidheidssyndroom, fibromyalgie, allergische astma en huidafwijkingen, verzocht om verlenging en uitbreiding van haar indicatie voor persoonlijke verzorging. Het CIZ baseerde het besluit op een medisch advies waarin geen medische noodzaak tot ondersteuning werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het CIZ onvoldoende rekening hield met haar medische beperkingen en dat het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel niet werden gerespecteerd. De Raad stelde dat het CIZ geen beoordelingsvrijheid heeft bij de uitleg van de toepasselijke voorschriften en dat de toetsing volledig moet zijn.
De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig en volledig was en dat appellante onvoldoende had onderbouwd welke beperkingen over het hoofd waren gezien en welke concrete belemmeringen de persoonlijke verzorging zouden rechtvaardigen. De Raad vond geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige en verklaarde het beroep ongegrond. CIZ werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het CIZ heeft terecht geen indicatie voor persoonlijke verzorging afgegeven.