ECLI:NL:RBDHA:2021:3823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wlz-indicatie voor 24-uurs zorg nabijheid wegens ontbreken medische noodzaak
Eiser, bekend met ernstige somatische aandoeningen en volledig afhankelijk van zorg bij de ADL, verzocht om een indicatie voor beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging (zorgprofiel VV06) op grond van de Wlz. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat eiser weliswaar grote zorgbehoefte heeft, maar in staat is om zelf hulp in te schakelen bij onplanbare zorgmomenten.
De medisch adviseur van verweerder concludeerde na dossieronderzoek en aanvullend medisch advies dat eiser geen cognitieve stoornissen heeft die hem beletten adequaat hulp te vragen. De zorg kan op planbare momenten worden geleverd en het wachten op hulp bij onplanbare momenten leidt niet tot een reëel risico op ernstig nadeel.
Eiser voerde aan dat hij onvoldoende snel geholpen kan worden en dat er risico bestaat op ernstige complicaties zoals decubitus. De rechtbank overwoog dat een neuropsychologisch onderzoek (NPO) relevant kan zijn om cognitieve beperkingen vast te stellen, maar dat uit het reeds verrichte NPO geen cognitieve stoornissen blijken.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard. Er is geen medische noodzaak voor 24-uurs zorg in de nabijheid vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de Wlz-indicatie wegens ontbreken van medische noodzaak voor 24-uurs zorg in de nabijheid.