ECLI:NL:CRVB:2013:2606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontslag en plaatsing ambtenaar bij Hoogheemraadschap Delfland
Appellante was sinds 2002 werkzaam bij het Hoogheemraadschap Delfland en kreeg vanaf 2004 te maken met functioneringsproblemen en langdurige ziekteperiodes. Het college plaatste haar tijdelijk in een andere functie en verleende haar uiteindelijk eervol ontslag wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.
Appellante maakte bezwaar tegen meerdere besluiten, waaronder oproepen tot medische onderzoeken en haar plaatsing in een andere functie. De Raad oordeelde dat sommige bezwaren niet-ontvankelijk waren omdat het ging om sturingsmiddelen zonder rechtsgevolg, en dat procesbelang ontbrak bij andere bezwaren. De plaatsing in een andere passende functie werd als rechtmatig beoordeeld.
Het ontslag werd bevestigd omdat de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord was en het college geen overwegend aandeel had in het ontstaan daarvan. Verzoeken om vergoeding van medische en reiskosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het ontslag en de plaatsing zijn rechtmatig.