ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Toekenning ontslagvergoeding wegens overwegend aandeel directeur in verstoring arbeidsrelatie
Appellante was sinds 1 april 2006 werkzaam bij het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Op 19 mei 2009 confronteerde de directeur haar onverwacht met vermeend niet-integer gedrag op 6 mei 2009, wat leidde tot een impasse in de arbeidsrelatie. De directeur zond appellante naar huis en startte een onderzoek, waarna ontslag op andere gronden werd verleend per 10 maart 2010.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat de heenzending niet onredelijk was en het ontslag terecht was vanwege de uitzichtloze situatie. Appellante stelde in hoger beroep dat de directeur een overwegend aandeel had in het ontstaan en voortbestaan van de impasse en dat de vergoeding onvoldoende was.
De Raad oordeelt dat de directeur 75% aandeel had in de impasse door een onvoorzichtige en onwrikbare houding, onvoldoende inspanning tot herstel en het onverwacht confronteren van appellante. Appellante droeg ook bij door onvoldoende openheid. De Raad vernietigt het besluit over de ontslagvergoeding en heenzending, kent een vergoeding toe berekend op basis van vier dienstjaren, het bruto maandsalaris inclusief vakantietoeslag en een factor van 0,75, en herroept het besluit tot heenzending. De kosten van rechtsbijstand worden aan appellante vergoed.
Uitkomst: De Raad kent appellante een ontslagvergoeding toe van 75% van het bruto maandsalaris over vier dienstjaren en herroept het besluit tot heenzending.