Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 5 april 2012 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand volgens de norm voor een alleenstaande ouder vanaf de geboorte van haar kind op 14 augustus 2008. Het college vermoedde dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met [D.] en startte een onderzoek, dat leidde tot intrekking van de bijstand vanaf 1 juni 2010 en terugvordering van €44.853,46 over de periode 1 september 2007 tot 31 mei 2010.
De rechtbank vernietigde de intrekking en terugvordering voor de periode 1 september 2007 tot 14 augustus 2008, maar handhaafde deze voor de periode daarna. Appellante stelde in hoger beroep dat [D.] niet zijn hoofdverblijf had in haar woning tot 1 februari 2010 en verzocht om matiging van de terugvordering.
De Raad oordeelde dat uit verklaringen en onderzoek blijkt dat [D.] vanaf 14 augustus 2008 zijn hoofdverblijf bij appellante had, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond. De matigingsgrond faalde omdat appellante niet aannemelijk maakte dat zij recht had op bijstand volgens de gehuwdennorm. Het college was bevoegd tot intrekking en terugvordering. Het hoger beroep werd verworpen en het besluit van 5 april 2012 ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.