ECLI:NL:CRVB:2010:BO3580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AWBZ-zorg voor niet-ingezetene vreemdeling bevestigd
Appellante, een uit Nigeria afkomstige vreemdeling zonder rechtmatig verblijf en vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, had een aanvraag ingediend voor AWBZ-zorg die door Agis werd afgewezen op grond van het koppelingsbeginsel in artikel 5, tweede lid, van de AWBZ. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat zij niet tot de kring der verzekerden behoort en dat internationale verdragsbepalingen zoals het Europees Sociaal Handvest, IVESCR, IVRK en EVRM geen afdwingbaar recht op AWBZ-zorg verschaffen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte niet aan deze verdragsbepalingen had getoetst en dat het onthouden van zorg een schending van haar rechten onder het EVRM oplevert. De Raad overwoog dat de genoemde verdragsbepalingen niet rechtstreeks werkend zijn en geen afdwingbare aanspraak op zorg geven. Tevens werd geoordeeld dat het koppelingsbeginsel niet in strijd is met non-discriminatiebepalingen in internationale verdragen.
De Raad stelde vast dat appellante door haar verblijfsstatus slechts een beperkt gezinsleven kon voeren, maar dat de weigering van AWBZ-zorg geen onrechtmatige inbreuk op haar privéleven vormt. De zorg voor haar zoon, die zelf aanspraak heeft op AWBZ-zorg, blijft gewaarborgd. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag AWBZ-zorg voor appellante wordt bevestigd.