ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging AWBZ-verzekering wegens niet-rechtmatig verblijf niet in strijd met EVRM
Appellant, geboren in 1956 en sinds 1982 in Nederland, was verzekerd ingevolge de AWBZ sinds 1983. Agis beëindigde op 26 maart 2009 zijn AWBZ-verzekering wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen en oordeelde dat het onderscheid in de koppelingswetgeving niet in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro.
In hoger beroep stond centraal of de beëindiging van de AWBZ-verzekering in strijd was met het discriminatieverbod. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat het onderscheid naar nationaliteit in de koppelingswetgeving verenigbaar is met internationale non-discriminatiebepalingen. Tevens is de afbouw van de rechtspositie van vreemdelingen na definitieve afwijzing van toelatingsverzoeken niet in strijd met het discriminatieverbod.
De Raad wees ook op de Zorgverzekeringswet, die via artikel 122a een financieringsregeling bevat voor medisch noodzakelijke zorg aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, waarmee de zorgplicht wordt gewaarborgd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beëindiging van de AWBZ-verzekering wegens niet-rechtmatig verblijf wordt bevestigd en is niet in strijd met artikel 14 EVRM in samenhang met artikel 1 EP.