ECLI:NL:CRVB:2010:BM4397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie bij te laat ingediend re-integratieverslag en onvoldoende re-integratie-inspanningen
De werknemer meldde zich in oktober 2004 ziek vanwege mentale problemen. Het UWV legde in juli 2006 een loonsanctie op wegens het niet tijdig indienen van een compleet re-integratieverslag. Na bezwaar werd deze sanctie in februari 2007 opnieuw bevestigd, omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond, maar vernietigde het tweede besluit en oordeelde dat de loonsanctie per 15 februari 2007 was beëindigd vanwege het te laat genomen besluit. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad overweegt dat de loonsanctie één sanctie betreft die kan wijzigen van grondslag tijdens de looptijd, en dat het besluit van 15 februari 2007 moet worden gezien als een voortzetting van de sanctie wegens inhoudelijke tekortkomingen. De Raad stelt vast dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, onder meer door het niet inzetten van een tweede-spoortraject en het niet aanpakken van het arbeidsconflict.
De Raad wijst de stellingen van de werkgever af dat zij vrijgesteld zou zijn van verplichtingen vanwege psychische klachten van de werknemer. Ook is de motivering van het UWV voldoende. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Uitkomst: De loonsanctie wordt gehandhaafd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen; het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard.