ECLI:NL:CRVB:2010:BL7320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten Cesartherapie wegens niet-vergoede aandoening
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van Cesartherapie, een vorm van oefentherapie, nadat vergoeding door haar zorgverzekeraar was afgewezen omdat haar aandoening niet op de lijst van chronische aandoeningen stond. Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep overwoog de Raad dat op grond van artikel 15 WWB Pro geen recht op bijstand bestaat indien een voorliggende voorziening toereikend en passend is. De vergoeding van Cesartherapie valt onder de Zorgverzekeringswet, maar alleen voor aandoeningen die op een limitatieve lijst staan. Omdat de aandoening van appellante niet op deze lijst voorkomt, is er geen aanspraak op vergoeding vanuit de zorgverzekering.
De Raad stelde vast dat het buiten de voorziening laten van deze kosten een bewuste beleidskeuze is, waarbij gekeken is naar noodzaak, kwaliteit en betaalbaarheid. Artikel 16 WWB Pro biedt ruimte voor bijstand bij zeer dringende redenen, maar de Raad vond die niet aanwezig in deze zaak. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.