ECLI:NL:CRVB:2023:1937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor chiropractie wegens passende zorgverzekering
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van chiropractiebehandelingen vanwege klachten aan nek, schouder, middenrif en rug, ontstaan door eerdere ongevallen. Het college wees deze aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een passende en toereikende voorliggende voorziening is die de vergoeding van deze kosten uitsluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en liet het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat chiropractie niet onder de Zvw valt en dat er geen bewuste keuze is gemaakt om vergoeding uit te sluiten. Ook stelde hij dat er zeer dringende redenen zijn vanwege zijn medische situatie, ondersteund door een verklaring van zijn chiropractor. De Raad oordeelde dat de Zvw als voorliggende voorziening geldt en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
De Raad wees het beroep af omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat er sprake is van een schrijnende situatie die een uitzondering op de voorliggende voorziening rechtvaardigt. De informatie van de chiropractor bood onvoldoende bewijs voor het bestaan van een acute noodsituatie of het ontbreken van alternatieve behandelingen binnen de Zvw. De afwijzing van de bijzondere bijstand blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor chiropractie blijft in stand.