ECLI:NL:CRVB:2009:BH8155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een trajectadvies en re-integratieplan werd vastgesteld dat appellant mogelijk al geruime tijd als zelfstandige ondernemer actief was. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot daarom de bijstand met ingang van 10 september 2004 in te trekken en de kosten van de verleende bijstand terug te vorderen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening, waarbij hij een voorschot op de bijstand ontving. Tijdens de bezwaarprocedure werd appellant verzocht om aanvullende stukken, waaronder bankafschriften, te overleggen, maar hij voldeed hier niet aan. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door niet te melden dat hij sinds september 2004 als zelfstandige werkzaam was en door het niet verstrekken van relevante gegevens. Dit leidde ertoe dat het College niet kon vaststellen of appellant recht had op bijstand. De Raad bevestigde dat het College terecht de bijstand introk en de kosten terugvorderde, en dat het beleid van het College in dit kader niet onredelijk was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting door appellant.