ECLI:NL:CRVB:2014:3884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en opleggen maatregel wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand volgens de gehuwdennorm. Na beëindiging van de studiefinanciering van hun zoon en diens verhuizing, herzag het college de bijstand en legde een maatregel op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij de verhuizing en het einde van de studiefinanciering tijdig telefonisch hadden gemeld, en dat de zoon al per september 2011 was verhuisd.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand met 10% verlaagde voor augustus 2011 omdat de zoon geen ten laste komend kind was en woonkosten gedeeld konden worden. Voor september en oktober 2011 kon niet worden vastgesteld dat de zoon niet meer bij appellanten woonde, omdat zij de verhuizing niet schriftelijk hadden gemeld op de vereiste formulieren.
De door appellanten overgelegde verklaringen waren achteraf opgesteld en onvoldoende betrouwbaar. De maatregel van 10% verlaging van de bijstand was daarom terecht opgelegd, aangezien sprake was van verwijtbaarheid en de Verordening geen ruimte laat voor een waarschuwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstand en maatregel worden bevestigd.