ECLI:NL:CRVB:2006:AV1635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot voldoende sollicitatieactiviteiten bij deeltijdwerkloze en passende arbeid onder WW
In deze zaak gaat het om een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) en een deeltijdwerkloze werknemer (gedaagde) over een maatregel WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten. Gedaagde ontving een WW-uitkering voor 24 uur per week en was daarnaast 24 uur werkzaam. Appellant legde een korting op omdat gedaagde in drie weken geen sollicitaties had verricht.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat appellant onvoldoende onderzoek had gedaan naar het aanbod van passende arbeid en het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond. De Raad stelt dat in beginsel mag worden uitgegaan van de vooronderstelling dat voldoende sollicitaties de kans op werk vergroten, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk zijn gemaakt.
De Raad oordeelt dat appellant niet verplicht is nader onderzoek te doen naar vacatures als gedaagde niet aannemelijk maakt dat er geen passende arbeid beschikbaar was. Gedaagde had niet voldoende sollicitaties verricht en had niet aannemelijk gemaakt dat de sollicitatieplicht niet op hem van toepassing was. Het beroep van gedaagde wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde tegen de maatregel wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt ongegrond verklaard.