ECLI:NL:CRVB:2006:AV6429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt korting op WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en een werkloze apothekersassistente over een korting op haar WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten. De gedaagde werkte tot juli 2003 en ontving vanaf augustus 2003 een WW-uitkering. In de periode eind 2003 tot begin 2004 heeft zij slechts één sollicitatieactiviteit verricht, wat leidde tot een korting van 20% op haar uitkering.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit van het Uitvoeringsinstituut vernietigd, omdat onvoldoende was onderzocht of er passende vacatures beschikbaar waren, waardoor het causale verband tussen sollicitatiegedrag en voortduren van werkloosheid niet was aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de vooronderstelling geldt dat voldoende sollicitatieactiviteiten de kans op het verkrijgen van arbeid vergroten en dat gedaagde niet aannemelijk heeft gemaakt dat er geen passende arbeid beschikbaar was. Daarom was het niet nodig dat het Uitvoeringsinstituut nader onderzoek deed. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, bevestigend dat de korting terecht is opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de korting op de WW-uitkering blijft gehandhaafd.