ECLI:NL:CRVB:2005:AS9172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens betwiste ziekte of gebrek bij persoonlijkheidsstoornis
De zaak betreft het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het bezwaar tegen de weigering van een WAO-uitkering toewijst. Betrokkene, een leraar economische wetenschappen, viel uit met klachten als surmenage en slaapstoornissen. Diverse medische onderzoeken concludeerden dat betrokkene leed aan een persoonlijkheidsstoornis die op zichzelf geen ziekte of gebrek is, maar wel aanleiding gaf tot een aanpassingsstoornis met angstige en depressieve kenmerken.
De rechtbank oordeelde dat deze aanpassingsstoornis wel als ziekte kan worden aangemerkt en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat deze stoornis op de datum in geding volledig in remissie was. Het UWV stelde dat de uitval voortkwam uit een persoonlijkheidsstoornis die geen recht geeft op WAO, maar de Raad verwierp dit standpunt omdat de aanpassingsstoornis wel degelijk een ziekte in de zin van de WAO is.
De Raad bevestigde dat het rapport van psychiater Oskam onvoldoende onderbouwt dat de aanpassingsstoornis op de datum in geding volledig was verdwenen. Ook de GAF-scores uit eerdere rapporten wijzen op een nog niet volledig herstel. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een recht van € 409,- moet betalen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de aanpassingsstoornis niet volledig in remissie was en wijst het bezwaar tegen de weigering van de WAO-uitkering toe.