ECLI:NL:CRVB:2008:BG7420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering en juiste beperkingen volgens deskundige
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar over de toekenning van een gedeeltelijke WAO-uitkering aan betrokkene. Het geschil draait om de juiste vaststelling van de beperkingen van betrokkene en de mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank had het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 24 november 2004 niet-ontvankelijk verklaard, maar het beroep tegen het gewijzigde besluit van 6 september 2006 gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat het UWV volgens de rechtbank ten onrechte was afgeweken van het oordeel van de onafhankelijke deskundige. Het UWV stelde in hoger beroep dat onderscheid gemaakt moest worden tussen beperkingen voortvloeiend uit persoonlijkheidsstructuur en die uit psychiatrische ziekte, en dat de deskundige onvoldoende had onderbouwd.
De Raad volgt het oordeel van de onafhankelijke deskundige dat de beperkingen een rechtstreeks gevolg zijn van ziekte of gebrek en dat een splitsing tussen persoonlijkheidsstoornis en psychopathologie niet mogelijk is. Het standpunt van het UWV wordt verworpen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.