ECLI:NL:CRVB:2001:AD3836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Ch. de Vrey
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten onder ABW
Gedaagde, onder bewind gesteld door de kantonrechter, verzocht vergoeding van bewindvoeringskosten uit 1995. De gemeente Zuidlaren wees dit af met het argument dat bewindvoeringskosten slechts in zeer uitzonderlijke gevallen tot noodzakelijke bestaanskosten behoren. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat opnieuw op bezwaar moest worden beslist.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gemeente gebonden is aan de beschikking van de kantonrechter die de bewindvoering heeft toegestaan en dat de kosten hiervan als noodzakelijke kosten van het bestaan moeten worden beschouwd volgens artikel 18a van het Bijstandsbesluit landelijke normering (BLN). De Raad verwierp het standpunt van de gemeente dat alleen bij zeer bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand voor deze kosten kan worden verleend.
De Raad stelt dat de beoordeling van de aanvraag op grond van de Algemene bijstandswet (ABW) had moeten plaatsvinden en dat het bestreden besluit strijdig is met de wet. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, vernietigt het besluit van de gemeente en veroordeelt de gemeente in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Zuidlaren wordt vernietigd en de bewindvoeringskosten worden als noodzakelijke kosten van het bestaan erkend.