Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 mei 2025 in de zaken tussen
[naam 1] , te [woonplaats] (dierhouder)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)
Procesverloop
Overwegingen
"een koe was met te lange klauwen die hij nog moest bekappen". […] gaf hiermee aan zich al bewust te zijn dit rund niet de onmiddellijke nodige verzorging te hebben gegeven.
2 november 2021, omdat ook van die last de looptijd (van een jaar) is verstreken zonder dat er bestuursdwang is toegepast. Om die reden moeten de beroepen met zaaknummers 22/1037 en 22/1053 niet-ontvankelijk worden verklaard.
4 runderen naar binnen gehaald en na het melken deed hij weer 4 andere dieren naar buiten zodat ze per toerbeurt aangebonden en buiten stonden. Deze 23 runderen werden dus permanent of geregeld aangebonden gehouden in deze stal.
4 handelaren die bij hem bekend zijn. Van deze 4 handelaren hebben er uiteindelijk 3 een bod gedaan van respectievelijk € 21.750,- inclusief btw, € 21.500,- inclusief btw en € 23.110,- inclusief btw. De runderen zijn uiteindelijk verkocht voor het hoogste bod van € 23.110,-.
Beslissing
- verklaart het beroep met nummer 22/1037 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep met nummer 22/1053 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep met nummer 22/2210 gegrond, voor zover gericht tegen het wijzigingsbesluit van 6 december 2022 en voor zover daarbij de proceskostenvergoeding met het besluit van 20 september 2022 is herroepen;
- verklaart het beroep met nummer 22/2210 voor het overige ongegrond;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 184,- aan de dierhouder te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van de dierhouder tot een bedrag van € 1.814,-;