ECLI:NL:CBB:2023:466
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Verbeek
- R.W.L. Koopmans
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten COVID-19 wegens te late indiening door e-herkenningsproblemen
BME Utrecht diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag af omdat deze niet tijdig was ingediend binnen de gestelde termijn van 25 juni tot en met 20 augustus 2021. BME voerde aan dat zij niet tijdig kon indienen omdat haar e-herkenning niet het vereiste veiligheidsniveau eH3 had, waardoor zij niet kon inloggen op het aanvraagportaal.
BME stelde dat zij niet verantwoordelijk was voor de vertraging, omdat haar boekhouder pas op de laatste dag van de termijn had gemeld dat het veiligheidsniveau moest worden opgehoogd. Zij betoogde dat het niet evenredig was om haar de subsidie te weigeren, omdat zij aan de voorwaarden voldeed en de subsidie essentieel was voor haar bedrijf.
Het College oordeelde dat de aanvraagtermijn een dwingende afwijzingsgrond is en dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen wegens te late indiening. Het College verwees naar vaste jurisprudentie dat fouten van een dienstverlener voor rekening van de aanvrager komen. Ook vond het College dat het evenredigheidsbeginsel niet werd geschonden, omdat BME en haar boekhouder op de hoogte hadden kunnen zijn van de vereiste eH3-herkenning, die al vanaf december 2020 was aangekondigd.
Het beroep van BME werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 5 september 2023.
Uitkomst: Het beroep van BME Utrecht wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt afgewezen wegens te late indiening.