ECLI:NL:CBB:2023:600
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
De vennootschap diende haar aanvraag voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021 na afloop van de daarvoor geldende aanvraagperiode in. De minister wees de aanvraag af omdat deze niet tijdig was ingediend, waarna de vennootschap bezwaar maakte dat werd ongegrond verklaard. De vennootschap stelde dat het niet tijdig indienen te wijten was aan een vertraagde beveiligingsupgrade van het eHerkenningsniveau en het ontbreken van omzetgegevens.
De minister voerde aan dat de vennootschap als professionele ondernemer zelf verantwoordelijk was voor tijdige indiening en dat de vertraging door derden en het ontbreken van omzetgegevens niet tot een uitzondering konden leiden. Het College overwoog dat de aanvraagtermijn een dwingende afwijzingsgrond is en dat het evenredigheidsbeginsel niet werd geschonden door de afwijzing, mede omdat de vennootschap onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig contact had gezocht met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Het College bevestigde dat de aanvraag terecht werd afgewezen wegens te late indiening conform de regeling en dat de vennootschap het risico van vertraagde eHerkenning draagt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vennootschap wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag terecht afgewezen wegens te late indiening.