ECLI:NL:CBB:2024:703
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten COVID-19 wegens te late indiening niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
Een onderneming diende een subsidieaanvraag in voor de vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over het eerste kwartaal van 2022, maar deze aanvraag werd na de gestelde aanvraagperiode ingediend. De minister wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De onderneming stelde dat de late indiening te wijten was aan ziekte van de accountant en personeelstekorten bij het accountantskantoor, waardoor de aanvraag te laat werd ingediend.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat het afwijzen van de aanvraag niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, aangezien het de eigen verantwoordelijkheid van de onderneming is om tijdig een aanvraag in te dienen. Het optreden van de accountant komt voor rekening en risico van de onderneming. Financiële gevolgen van de afwijzing maken deze niet onevenredig.
Daarnaast oordeelde het College dat de minister terecht geen dwangsom verschuldigd is, omdat het bestreden besluit binnen twee weken na ontvangst van een ingebrekestelling werd genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.