ECLI:NL:CBB:2022:307
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling subsidie TVL op nihil wegens onvoldoende omzetverlies
De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) een subsidie toegekend aan [naam 2] voor juni tot en met september 2020. Na vaststelling stelde de minister de subsidie echter op nihil vast, omdat niet was voldaan aan de voorwaarde van minimaal 30% omzetverlies. [naam 2] betwistte dit en stelde dat de verkoop van haar bedrijfsauto ten onrechte tot de omzet was gerekend, waardoor het omzetverlies onderschat zou zijn.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens zoals opgegeven bij de Belastingdienst. De regeling schrijft voor dat de omzet wordt bepaald aan de hand van de omzetbelastingaangiften, waarbij desinvesteringen zoals de verkoop van een bedrijfsauto tot de omzet behoren. De verwijzing van [naam 2] naar een NBA-website en gewijzigde regelgeving per 1 januari 2021 kon het College niet overtuigen.
Het College concludeert dat er geen aanleiding was om de opbrengst van de verkoop buiten de omzetberekening te laten en dat het omzetverlies dus onvoldoende was voor subsidie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie TVL wordt vastgesteld op nihil wegens onvoldoende omzetverlies.