ECLI:NL:CBB:2022:210
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- S.C. Stuldreher
- R.L.W. Koopmans
- J.L. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring herzieningsverzoek in accountantstuchtrecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn verzoek tot herziening door de accountantskamer. Het verzoek tot herziening betrof een beslissing in een accountantstuchtprocedure waarbij appellant als oorspronkelijke klager optrad.
De accountantskamer oordeelde dat de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) geen mogelijkheid biedt voor herziening door de oorspronkelijke klager, maar alleen door degene over wie is geklaagd. Dit is in lijn met eerdere uitspraken van het College van Beroep van 21 maart 2017 en 22 mei 2018. Appellant stelde dat dit onderscheid in strijd is met artikel 6 en Pro 14 EVRM en artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Het College overwoog dat het Handvest niet van toepassing is omdat het hier niet gaat om de tenuitvoerlegging van Unierecht. Verder bevestigde het College dat de accountantstuchtprocedure niet ziet op de vaststelling van burgerlijke rechten van de klager en dat het onderscheid tussen klager en aangeklaagde accountant gerechtvaardigd is. Het beroep op het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM Pro faalt omdat appellant niet heeft aangetoond dat zijn situatie vergelijkbaar is met die van een aangeklaagde accountant.
Het College concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het herzieningsverzoek. De uitspraak werd gedaan door mr. S.C. Stuldreher, mr. R.L.W. Koopmans en mr. J.L. Verbeek op 3 mei 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het herzieningsverzoek blijft niet-ontvankelijk.