ECLI:NL:CBB:2021:766
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing knelgevallenregeling fosfaatrechten bij gedwongen bedrijfsverplaatsing
Appellanten exploiteren een melkveehouderij die gedwongen werd te verplaatsen vanwege een dijkverlegging. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op 2 juli 2015, waarna appellanten bezwaar maakten en een hogere vaststelling eisten op basis van een alternatieve peildatum en hogere veebezetting.
Het College oordeelt dat de gehanteerde alternatieve peildatum van 13 augustus 2014 passend is en dat appellanten onvoldoende onderbouwing boden voor een eerdere datum. Ook is de melkproductie van 2014 als uitgangspunt terecht gekozen. De knelgevallenregeling biedt geen ruimte voor compensatie van niet gerealiseerde uitbreidingen.
Verder concludeert het College dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat appellanten geen individuele en buitensporige last hebben aangetoond. De investeringsbeslissingen zijn ondernemersrisico's, en de bescherming van milieu en volksgezondheid weegt zwaarder dan de belangen van appellanten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.