ECLI:NL:CBB:2020:950
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht en afwijzing individuele buitensporige last
Appellante exploiteert een melkveehouderij en voerde beroep aan tegen het besluit van verweerder tot vaststelling van het fosfaatrecht op basis van de situatie op 2 juli 2015. Zij stelde dat zij vanwege natuurontwikkelingsplannen en een voorgenomen bedrijfsverplaatsing tijdelijk minder melkvee hield en dat dit een individuele en buitensporige last opleverde. Tevens beriep zij zich op artikel 72a van het Uitvoeringsbesluit en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het College oordeelde dat bij toepassing van de knelgevallenregeling geen rekening wordt gehouden met niet-gerealiseerde uitbreidingsplannen en dat de bedrijfssituatie op de peildatum leidend is. Appellante had niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last opleverde, mede omdat investeringsbeslissingen pas na de peildatum werden gerealiseerd en er geen bedrijfseconomische noodzaak was.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure was overschreden, waardoor appellante recht had op een immateriële schadevergoeding van €1.000,-. Deze schadevergoeding werd gelijkelijk verdeeld tussen verweerder en de Staat. Ook werden proceskosten toegekend aan appellante.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd; appellante ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.