ECLI:NL:CBB:2013:BZ1864
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Boete wegens bemiddelen zonder vergunning en matiging wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft zonder de vereiste vergunning bemiddeld in financiële diensten in de periode januari tot september 2007, wat een overtreding van artikel 2:80 Wft Pro opleverde. AFM legde hiervoor een bestuurlijke boete van €24.000 op en besloot tot openbaarmaking van deze boete. Appellant tekende bezwaar aan en stelde beroep in tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar ongegrond verklaarde.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de boete onterecht en te hoog was, dat de openbaarmaking onrechtmatig was en dat de redelijke termijn was overschreden. Het College oordeelde dat de overtreding vaststond en dat AFM terecht een boete oplegde gezien de ernst en duur van de overtreding. De matiging van de boete door AFM was passend; verdere verlaging was niet gerechtvaardigd.
Het College bevestigde het toetsingskader van artikel 1:97 Wft Pro voor openbaarmaking zonder ruimte voor belangenafweging en verwierp de stellingen over strijd met de Awb en het gelijkheidsbeginsel. Wel stelde het College vast dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden met meer dan zes maanden, wat aanleiding gaf tot een matiging van de boete met 10%. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover de boete werd verminderd tot €21.600. Verder werd appellant in de proceskosten en griffierecht in hoger beroep tegemoetgekomen.
Uitkomst: Boete van €24.000 wegens bemiddelen zonder vergunning bevestigd en met 10% gematigd tot €21.600 vanwege overschrijding redelijke termijn in hoger beroep.