ECLI:NL:RVS:2024:5358
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 26 januari 2024 een besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2024 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een nieuw toetsingskader voor de bewijslastverdeling had gehanteerd, in strijd met het interstatelijk vertrouwensbeginsel zoals bevestigd in eerdere uitspraken. Daarnaast was het oordeel van de rechtbank over de motivering van de minister omtrent het niet aan zich trekken van de asielaanvraag ondeugdelijk, waarbij de minister terecht aannam dat er geen bijzondere omstandigheden waren die overdracht aan Bulgarije onredelijk maakten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.