ECLI:NL:RVS:2024:4631
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- V.V. Essenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling feitelijke gezinsband bij nareis in gezinsherenigingszaak volgens Gezinsherenigingsrichtlijn
De zaak betreft het hoger beroep van een referent tegen de afwijzing van machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar dochter en kleinzoon in het kader van gezinshereniging. De staatssecretaris had de aanvragen afgewezen omdat de dochter niet voldeed aan het jongvolwassenenbeleid en de feitelijke gezinsband als verbroken werd beschouwd. Voor de kleinzoon werd de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van de vreemdeling beslist.
De Afdeling behandelt de juridische vraag of herstel van een verbroken feitelijke gezinsband mogelijk is binnen het kader van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Het arrest van het Hof van Justitie (XC) wordt uitgebreid besproken en leidt tot de conclusie dat herstel mogelijk is en dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden moet betrekken, ook die na het peilmoment van inreis.
In deze zaak oordeelt de Afdeling dat de feitelijke gezinsband tussen de referent en haar dochter op het peilmoment van inreis verbroken was en dat herstel niet hoeft te worden beoordeeld omdat het eerste peilmoment niet is voldaan. De belangenafweging voor de kleinzoon is zorgvuldig gemaakt en de afwijzing terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De mvv-aanvragen voor de dochter en kleinzoon zijn afgewezen wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband op het peilmoment van inreis en een negatieve belangenafweging.