ECLI:NL:RVS:2024:2099
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-inwilliging verblijfsvergunning asiel na niet-ontvankelijkheidsbesluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 27 maart 2024 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 april 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde op 17 mei 2024 dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Bovendien is de rechtsvraag omtrent het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Kroatië reeds eerder beantwoord in een uitspraak van 13 september 2023.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van J.C.A. de Poorter.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.