ECLI:NL:RVS:2023:4759
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning Massagewereld Soest op grond van Wet Bibob
Massagewereld Soest exploiteert sinds 2017 een seksinrichting in de vorm van een massagesalon te Soest. De burgemeester trok op 30 september 2020 de exploitatievergunning in op grond van de Wet Bibob, vanwege ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Dit gevaar werd gebaseerd op strafbare feiten gepleegd door voormalige aandeelhouders en samenwerkingspartners van de onderneming, waaronder veroordelingen wegens overtredingen van het Belgische Sociaal Strafwetboek.
Massagewereld Soest maakte bezwaar tegen het besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het zakelijk samenwerkingsverband met veroordeelden een duurzaam karakter had en dat de strafbare feiten samenhangen met de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend. Massagewereld Soest stelde dat het samenwerkingsverband was verbroken en dat de strafbare feiten geen Nederlandse strafbare feiten zijn, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad van State overwoog dat het verbroken samenwerkingsverband toch betrokken mag worden bij de beoordeling van het gevaar en dat de agiostorting door een veroordeelde aandeelhouder als vermogensverschaffing geldt. De vermoedens van valsheid in geschrifte konden niet worden betrokken omdat deze niet samenhangen met de vergunningactiviteiten. De intrekking werd als evenredig beoordeeld gezien de ernst van de strafbare feiten en het belang van het voorkomen van facilitering van strafbare feiten. Het incidenteel hoger beroep van de burgemeester werd ongegrond verklaard en de burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning van Massagewereld Soest wordt bevestigd wegens ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.