ECLI:NL:RVS:2023:3646
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel afgewezen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 23 mei 2023 een besluit om de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 juli 2023 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak beantwoordde de rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije aan de hand van eerdere uitspraken en verklaarde het hoger beroep gegrond. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en beoordeelde het beroep inhoudelijk. De vreemdeling voerde aan dat hij vanwege zijn Afghaanse nationaliteit risico liep op pushbacks en geen toegang zou hebben tot opvangvoorzieningen in Bulgarije.
De Afdeling oordeelde dat deze stelling niet aannemelijk was en dat Dublinclaimanten in beginsel toegang hebben tot opvangvoorzieningen in Bulgarije zonder reëel risico op pushbacks. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Omdat het hoger beroep inhoudelijk werd beslist, wees de Afdeling het verzoek om voorlopige voorziening af en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag.