ECLI:NL:RBDHA:2024:1876
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met betrekking tot Bulgarije
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voert aan dat de opvang- en rechtspositie in Bulgarije ernstig tekortschiet, onderbouwd met rapporten zoals het AIDA-rapport en verwijzingen naar jurisprudentie over systeemfouten, pushbacks en schendingen van rechten.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije recentelijk door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd, ondanks de problematische omstandigheden in Bulgarije. De verklaringen van eiser leiden niet tot de conclusie dat er sprake is van structurele tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Bovendien is het aan eiser om klachten over tekortkomingen in Bulgarije bij de Bulgaarse autoriteiten aan te kaarten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat nader onderzoek niet noodzakelijk is en dat het discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro terecht niet is toegepast. Het beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.