ECLI:NL:RVS:2023:3349
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling uit Oekraïne
Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, op 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit op 9 augustus 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens een verzoek om een voorlopige voorziening bij de Raad van State, om te worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming nog van toepassing is gedurende het hoger beroep. De voorzieningenrechter constateerde dat er in de rechtbank verschillende uitspraken zijn gedaan met uiteenlopende juridische argumentaties over de beëindiging van de tijdelijke bescherming voor derdelanders uit Oekraïne.
Gezien deze onduidelijkheid en de belangen van partijen, besloot de voorzieningenrechter niet vooruit te lopen op het eindoordeel, maar een voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor wordt uitvoering van het beëindigingsbesluit opgeschort en blijft de tijdelijke bescherming gelden voor de vreemdeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €837,00.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming blijft gelden en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.