ECLI:NL:RVS:2023:2733
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.T.J.M. Jurgens
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenhang procedures bij vergoeding rechtsbijstand in arbeidsrechtelijke geschillen
De zaak betreft een hoger beroep van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland die het beroep van een advocaat gegrond verklaarde. De advocaat verleende rechtsbijstand in twee civiele procedures over de beëindiging van een arbeidsrelatie, waarbij de raad de vergoeding voor de verleende rechtsbijstand had herzien op basis van samenhang tussen de procedures.
De rechtbank oordeelde dat er wel procedurele samenhang was, maar geen inhoudelijke samenhang, omdat de procedures verschillende rechtsvragen betroffen en niet over dezelfde problematiek gingen. De raad stelde dat de procedures voortvloeiden uit hetzelfde feitencomplex en daarom verknocht waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak verduidelijkte het beoordelingskader voor samenhangende procedures en stelde dat samenhang vereist is dat procedures procedureel samenhangen en inhoudelijk naar hun aard verknocht zijn. Uit de feiten bleek dat de procedures verschillende feitencomplexen en rechtsvragen betroffen, waardoor geen inhoudelijke verknochtheid bestond.
Daarom werd het hoger beroep van de raad ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het besluit van de raad om de vergoeding op basis van samenhang vast te stellen was onterecht. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de procedures niet inhoudelijk verknocht zijn en dat de vergoeding niet op samenhang mag worden gebaseerd.