ECLI:NL:RVS:2024:155
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.TH. Drop
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking vergoeding toevoeging voor rechtsbijstand aan partners bij geweldsmisdrijf
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen de intrekking van een vergoeding voor een toevoeging die hij ontving voor rechtsbijstand aan twee partners, nabestaanden van een slachtoffer van een schietpartij. De raad voor rechtsbijstand had vastgesteld dat de rechtsbijstand aan beide partners hetzelfde rechtsbelang betrof en daarom slechts één toevoeging toekende. De rechtbank verklaarde het beroep van de advocaat ongegrond en bevestigde de intrekking van de vergoeding.
De advocaat voerde aan dat de belangen van de partners verschillend zijn en dat zij elk recht hebben op een eigen toevoeging. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog echter dat het doel en beoogd eindresultaat van de rechtsbijstand en het feitencomplex zodanig nauw samenhangen dat sprake is van één rechtsbelang. Verschillen in schadeposten of procesopstellingen staan dit niet in de weg.
De Afdeling benadrukte dat de raad beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van het rechtsbelang en dat het beleid van de raad, neergelegd in werkinstructies, hierop gebaseerd is. De intrekking van de vergoeding is gegrond omdat de advocaat de helpdesk niet heeft geraadpleegd en de vergoeding te hoog was vastgesteld. De Afdeling vond geen aanleiding om af te zien van herziening op grond van bijzondere omstandigheden.
Ten slotte merkt de Afdeling op dat de positie van slachtoffers in strafprocessen is veranderd en dat het aan de wetgever is om te beoordelen of het stelsel van rechtsbijstand hierop moet worden aangepast.
Uitkomst: De intrekking van de vergoeding voor de tweede toevoeging aan de advocaat wordt bevestigd omdat sprake is van één rechtsbelang.