ECLI:NL:RVS:2023:2071
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete onttrekking woning aan bewoning wegens ontbreken aanvaardingsvereiste eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens het onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning. De woning was sinds 2014 niet permanent bewoond en op 31 januari 2019 werd een niet-ingeschreven persoon aangetroffen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de boete.
Appellant stelde in hoger beroep dat de woning niet aan toeristen was verhuurd en dat hij voldoende toezicht hield via een professioneel verhuurbedrijf, zijn zus en de buurvrouw. Hij betoogde dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat hij niet wist en niet kon weten van het onttrekken aan bewoning.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college terecht concludeerde dat de woning niet permanent werd bewoond en dus onttrokken was aan de woonruimtevoorraad. Echter, op grond van strafrechtelijke criteria voor functioneel daderschap is niet voldaan aan het aanvaardingsvereiste: appellant had geen aanwijzingen dat de woning niet voor bewoning werd gebruikt en heeft redelijk toezicht gehouden.
Daarom kan het onttrekken niet aan appellant worden toegerekend en was het college niet bevoegd de boete aan hem op te leggen. Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het boetebesluit zijn vernietigd, en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €20.500 aan de eigenaar wordt vernietigd wegens ontbreken van het aanvaardingsvereiste voor functioneel daderschap.