ECLI:NL:GHARL:2025:1537
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor parkeren langer dan zes meter ondanks Wahv-overlap
Eiseres, een rechtspersoon, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het parkeren van een voertuig langer dan zes meter op grond van artikel 5:8, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag. De boete werd gematigd van €200 naar €190, maar eiseres stelde beroep in tegen de beslissing op bezwaar en de hoogte van de boete, en voerde aan dat de boete ten onrechte via de Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (Wbboor) was opgelegd, omdat dezelfde gedraging onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) valt.
Het hof oordeelde dat het opleggen van een bestuurlijke boete via de Wbboor niet in strijd is met het systeem van de Wahv. Artikel 2, eerste lid, van de Wahv verbiedt niet dat Wahv-gedragingen ook via andere bestuursrechtelijke sancties worden beboet. Daarnaast is het boetebedrag binnen de wettelijke grenzen gesteld en is het hogere bedrag voor rechtspersonen gerechtvaardigd om herhaling te voorkomen.
Verder stelde het hof vast dat eiseres als rechtspersoon terecht als overtreder is aangemerkt, omdat de gedraging is verricht met een bedrijfsbus die op naam van eiseres staat en de gedraging in haar sfeer plaatsvond. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat er geen sprake was van aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Het hof bevestigde daarmee het vonnis van de kantonrechter, met verbetering van gronden.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de bestuurlijke boete en wijst het beroep en verzoek om proceskostenvergoeding af.