ECLI:NL:RVS:2019:396
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boetes voor onrechtmatige toeristische verhuur van woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan drie eigenaren van een pand elk een bestuurlijke boete van €13.500 op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning, doordat een appartement in het pand aan toeristen werd verhuurd. De eigenaren stelden dat zij niet als overtreder konden worden aangemerkt omdat zij niet zelf de overtreding hadden begaan en onvoldoende op de hoogte waren van het gebruik.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaren ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De Afdeling overwoog dat eigenaren zich tot op zekere hoogte moeten informeren over het gebruik van hun pand en dat de eigenaren onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet wisten of konden weten dat het appartement aan toeristen werd verhuurd.
Daarnaast werd geoordeeld dat het college bevoegd was om aan iedere eigenaar afzonderlijk een boete op te leggen, ook al was sprake van gezamenlijke eigendom, omdat geen maatschap was opgericht. Het verzoek tot matiging van de boetes werd afgewezen, evenals het argument dat de huurder niet beboet was. De Afdeling vond geen aanwijzingen voor willekeur of ongelijke behandeling in de handhaving.
De Afdeling bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boetes van €13.500 per eigenaar voor het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan bewoning worden bevestigd.