ECLI:NL:RVS:2023:156
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebruik WOZ-waarde 2019 voor berekening waardedaling woning door Instituut Mijnbouwschade Groningen
Het geschil betreft de vraag of het Instituut Mijnbouwschade Groningen bij de berekening van de waardedaling van de woning van appellanten moest uitgaan van de WOZ-waarde van € 496.000,- vastgesteld op 1 januari 2018, of van de WOZ-waarde van € 411.000,- vastgesteld op 1 januari 2019. Appellanten betoogden dat de hogere WOZ-waarde zonder asbest in het dak als uitgangspunt moest gelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Instituut conform de Regeling waardedaling uitgaat van de WOZ-waarde op de peildatum 1 januari 2019, omdat deze waarde objectief, actueel en rechtsgeldig is vastgesteld. De WOZ-waarde van 2018 was met terugwerkende kracht verlaagd vanwege asbest, hetgeen niet tot vergoeding door het Instituut behoort. Appellanten hadden tegen de WOZ-waarde 2019 bezwaar kunnen maken, maar hebben dit niet gedaan.
De Afdeling concludeerde dat het Instituut de Regeling juist toepast en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd bepaald dat het Instituut geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.