ECLI:NL:RVS:2023:129
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 30 november 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 december 2022 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat een vergelijkbare rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 14 november 2022.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van E. Steendijk op 16 januari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling bevestigd.