ECLI:NL:RBDHA:2023:13408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en weigering medewerking bij uitzetting naar Marokko
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verbleef sinds 3 juli 2023 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 17 juli 2023 nog rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat de Marokkaanse autoriteiten niet meewerkten aan het verstrekken van laissez-passers en dat er daardoor geen redelijk zicht op uitzetting bestond. De rechtbank volgde dit niet en verwees naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat er wel zicht is op uitzetting binnen redelijke termijn. Bovendien bleek uit het voortgangsrapport en het vertrekgesprek dat eiser weigerde zijn vingerafdrukken af te staan, waardoor het uitzettingstraject werd vertraagd.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en wees het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.