ECLI:NL:RVS:2022:3269
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling met uitzicht op uitzetting binnen redelijke termijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 21 september 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze maatregel en diende beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 oktober 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat in tegenstelling tot een eerdere uitspraak van 2 april 2021, er nu wel zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Dit blijkt uit de recente informatie over het hervatten van persoonlijke presentaties, het afgeven van elf laissez-passers tussen maart en augustus 2022, en drie daadwerkelijke uitzettingen met laissez-passers.
De vreemdeling kon niet aannemelijk maken waarom er geen zicht op uitzetting zou zijn. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd omdat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.