ECLI:NL:RVS:2023:1067
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A. Kuijer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken reëel risico in Mogadishu
De vreemdeling heeft bij besluit van 8 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 1 september 2022 het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep betoogde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat er bij terugkeer naar Qoryooley geen reëel risico op ernstige schade door Al-Shabaab bestaat. De Raad van State oordeelde echter dat deze grief niet slaagt omdat de rechtbank terecht had overwogen dat het reële risico zich niet voordoet bij vestiging in Mogadishu, een overweging die de uitspraak zelfstandig kan dragen.
Verder oordeelde de Raad dat het hoger beroep geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat het hoger beroep ongegrond wordt verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd; verblijfsvergunning asiel niet toegekend.