ECLI:NL:RVS:2022:715
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 februari 2022 besloten de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 februari 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming beantwoord moeten worden, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een eerdere uitspraak over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Frankrijk.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot het betalen van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.