ECLI:NL:RVS:2022:3821
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inbewaringstelling vreemdeling zonder bezwaar OM vereist
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 13 oktober 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar bij de rechtbank Den Haag, die op 2 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde hierop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze overwoog dat het ontbreken van bezwaar bij het Openbaar Ministerie een vereiste is voor uitzetting, maar niet voor inbewaringstelling. Dit oordeel werd onderbouwd met eerdere jurisprudentie, waaronder uitspraken van 8 augustus 2011 en 12 februari 2021.
De Afdeling vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te vernietigen, mede omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de inbewaringstelling van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.