Uitspraak
Datum uitspraak: 14 september 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
Appellanten, allen Afghaanse nationaliteit, verzochten op 24 augustus 2021 de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken om evacuatie uit Afghanistan. Na de val van Kabul en de motie Belhaj van de Tweede Kamer, die evacuatie en bescherming van bepaalde risicogroepen beoogt, werd door de bestuursorganen een inspanning geleverd om evacuaties uit te voeren. De rechtbank verklaarde beroepen tegen het niet tijdig nemen van een besluit en tegen de brief van 13 december 2021 niet-ontvankelijk, omdat zij oordeelde dat de brief geen besluit was en er geen wettelijke grondslag voor evacuatie bestond.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de brief van 13 december 2021 wel een besluit is, omdat het gaat om een publiekrechtelijke rechtshandeling in het kader van een bijzondere publieke taak die het kabinet aan zich heeft getrokken. De projectdirecteur van Defensie was echter onbevoegd om dit besluit te nemen; de minister van Buitenlandse Zaken is het bevoegde bestuursorgaan. De Afdeling vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt de minister van Buitenlandse Zaken binnen twee weken een nieuw besluit te nemen.
De Afdeling benadrukt dat de evacuatieverzoeken niet beperkt zijn tot het verlenen van een visum, maar een bredere facilitaire taak omvatten, zoals het mogelijk maken van vertrek uit Afghanistan en bemiddeling met derde landen. De zaak illustreert de bestuursrechtelijke taakverdeling en rechtsbescherming bij complexe buitenlandse aangelegenheden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 13 december 2021 wordt vernietigd en de minister van Buitenlandse Zaken moet binnen twee weken een nieuw besluit nemen.