ECLI:NL:RVS:2021:781
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing Wob-verzoek inzake benoemingsbesluiten openbaar primair onderwijs
Appellante heeft op 4 mei 2018 bij verschillende gemeenten verzoeken ingediend om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) over (her)benoemingsbesluiten van bestuursleden van onderwijsbesturen. Deze verzoeken werden deels afgewezen door het gemeenschappelijk orgaan openbaar primair onderwijs Noord Groningen en later door de raad van de gemeente Het Hogeland bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat het gemeenschappelijk orgaan slechts een samenwerkingsverband was zonder bestuursbevoegdheid en verklaarde het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk, waarbij het besluit van de raad werd vernietigd. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gemeenschappelijk orgaan wel degelijk een bestuursorgaan is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat het besluit van 27 december 2018 een besluit in de zin van de Awb is. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en stelde vast dat het beroep van appellante tegen het besluit van de raad ongegrond is, omdat het gemeenschappelijk orgaan bevoegd was te beslissen en er geen bewijs was dat er meer benoemingsbesluiten bestonden dan openbaar gemaakt.
De Afdeling veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten en vergoedde appellante het griffierecht. Hiermee werd de bevoegdheid van het gemeenschappelijk orgaan bevestigd en werd de procedurekostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van de raad wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank wordt gegrond verklaard.