ECLI:NL:RVS:2021:2564
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit Nederlanderschap wegens schending hoorplicht
Appellant verkreeg in 2014 de Nederlandse nationaliteit onder de voorwaarde afstand te doen van zijn Soedanese nationaliteit. De staatssecretaris trok in 2019 het Nederlanderschap in omdat appellant niet al het mogelijke had gedaan om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij ontheffing van de afstandsverplichting kon krijgen en dat hij opzettelijk afstand had nagelaten. Wel stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris ten onrechte had afgezien van het horen van appellant op bezwaar, terwijl dit gezien de omstandigheden en de ernst van het besluit wel had moeten plaatsvinden.
Daarom vernietigde de Raad van State het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat appellant alsnog gehoord moet worden. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het Nederlanderschap wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en appellant moet alsnog worden gehoord.