ECLI:NL:RVS:2021:180
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, inzake een vreemdelingenzaak. Vervolgens trok de vreemdeling het hoger beroep in nadat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het bestreden besluit had ingetrokken. De intrekking van het besluit vond plaats naar aanleiding van een gewijzigde omstandigheid, namelijk het verkrijgen van de Belgische nationaliteit door de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat proceskostenvergoeding aan de vreemdeling alleen kan worden toegekend indien de staatssecretaris met de intrekking van het besluit aan de vreemdeling is tegemoetgekomen. In dit geval was sprake van een wijziging van het besluit vanwege gewijzigde omstandigheden, waardoor geen sprake was van tegemoetkomen.
Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer N. Verheij, in aanwezigheid van griffier M.W. Schippers.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit plaatsvond wegens gewijzigde omstandigheden.